Jouw lijf praat tegen je

Hoe innig sta jij in contact met jouw lijf?

Als je erg in je hoofd zit, veel leest of nadenkt, dan lijkt je lichaam bijna afwezig. Je bent alleen maar hoofd. Als je eet ben je voornamelijk handen, mond en maag. Als je fietst ben je benen, armen, ogen en oren. Maar ook als je het lichaam dat je ziet wanneer je in de spiegel kijkt jouw lichaam noemt, is dat eigenlijk iets ongrijpbaars. Wat is dan jouw lichaam? Ergens koester je een gevoel van 'mijn lichaam' dat onveranderlijk lijkt. Meestal kijken we naar de buitenkant en doen we er alles aan om die buitenkant zo fraai mogelijk te houden. Make-upje hier, botoxje daar. Want als het ergens gebreken vertoont dan verloochenen we het, dan voelen we ons in de steek gelaten of hebben opeens het gevoel dat het ons lichaam niet is. Zelf zit ik volop in dat proces. Inmiddels 60 en mijn lijf ziet er niet meer zo uit als dat het ooit geweest is. Langzamerhand meer plekken waar geen strak vel meer is, de zwaartekracht begint hier en daar de overhand te krijgen, enzovoort. Met weemoed denk ik nog wel eens terug aan dat jonge, slanke, strakke, gespierde, vitale lichaam van toen. Toen was het voor mij als vanzelfsprekend. Maar je lijf is véél en veel meer dan de buitenkant.

Je lijf bestaat ook uit spanningen en blokkades die je in de loop van je leven hebt opgebouwd. Vooral in je jeugd hebben bepaalde onverwerkte en niet-geuite emoties zich vastgezet als chronische spanningen. Die spanningen kunnen zo vast zitten of zo subtiel zijn dat we niet weten hoe we ze ooit kunnen ontspannen. We ervaren ze vaak niet eens als spanningen, maar meer als pijn of zelfs gewoon zoals we zijn. Omdat dergelijke spanningen er altijd zijn of aldoor weer terugkomen, identificeren wij ons ermee. Wij zijn die opgetrokken schouders, de samengeknepen billen, de gespannen buik, de verkrampte keel. Maar tegelijkertijd zijn we dat niet.  Hoe gespannen we ook zijn, dat zijn slechts de opgebouwde spanningen, en het is altijd mogelijk om weer te leren ontspannen.


Ga eens op je rug op een niet te zachte of harde ondergrond liggen en probeer totaal te ontspannen. Voel waar spanningen zitten. Laat je adem dan naar een van die spanningen toestromen en haar op een heel tedere manier aanraken, niet om haar weg te krijgen, maar om haar beter te leren kennen. Kun je totaal in die spanning kruipen, haar iets versterken? Wat vertelt die spanning jou? Wat houd je daar vast? Wat komt er niet naar buiten? Laat die spanning dan pas langzaam los.

Jouw lichaam belichaamt je eigen geschiedenis. Spanningen en blokkades zijn het dagboek van je angsten, boosheid en verdriet. Juist door te ontspannen kunnen spanningen voelbaar worden. Pas als je die hebt doorgewerkt kan werkelijke ontspanning ontstaan. 
Het loslaten van spanning betekent loslaten van wat jij vasthoudt. Je laat de verstarring los en ervaart jezelf meer als stromend. Je laat veranderingen toe en leert er zelfs van te genieten. Ere zijn slechts gewaarwordingen, altijd in verandering, een glinsterende stroom. Pas als je je lichaam meer leert ontspannen kun je het van binnenuit gaan ervaren. Dan kun je je meer gewaar zijn van wat zich in je afspeelt.  De verschillende gebieden van je lichaam, je adem, het stromen van je energie, warmte en koude. Je aandacht gaat meer naar binnen. Je kijkt naar binnen, luistert naar binnen, voelt, proeft, ruikt, raakt aan.
Dan blijkt opeens dat die binnenwereld minstens even rijk aan gewaarwordingen is als de buitenwereld. Hij is dichtbij. Zo intiem dichtbij dat je er eigenlijk al van nature mee verbonden bent. Jij en je adem zijn één. Jij en je buik, je hart, je keel, je hoofd, je rug zijn één.
Het ervaren van je lichaam en je zintuigen is een directe weg naar vrijheid. Onafhankelijk van de bevestiging van anderen. Als je aandacht en energie die anders naar het onrustige denken stromen, zich ontspannen en verspreiden door je hele lichaam, kun je, midden in het hier en nu, een enorme voldoening ervaren.